19e en 20e eeuw: genealogie van Lingen

19e en 20e eeuw; aangevuld met gegevens van de familie van Lingen

Engelse heerschappij
In 1811 veroverden de Engelsen Java, het centrum van de Nederlandse macht in de Indische Archipel. De Engelsen hadden een afkeer van de Bataviase samenleving, zij vonden de zeden ruw (vrouwen die spuwen in een kwispedoor), de kleding onaangepast (vrouwen in een baadje, losse haren) en de Indische levensstijl afstotend. De Engelsen slaagden erin de Nederlandse vrouwen iets te cultiveren, ze gingen bv. meer aandacht aan hun kleding besteden.

Koninkrijk der Nederlanden
In 1816 werd Java overgedragen aan het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Het gebied zou voortaan bestuurd worden door Nederlandse ambtenaren en niet langer door kooplieden van de VOC. De nieuwe ambtenaren waren vaak van adel, hadden in Nederland een goede opleiding gehad. Ze hadden geen belangstelling voor de Bataviase kliek. Zij brachten hun vrouwen mee, ook van adel, overtuigd van hun eigenwaarde.

Economische positie van de Indo-Europeanen
Nederlands-Indie was een ambtenarenland. Tot 1870 werkten de meeste Indo-europeanen bij het gouvernement en de ambtenarij was lange tijd de maat van hun sociale leven. Hun positie verslechterde in de 19e eeuw. Zij werden achtergesteld bij de volbloed Europeanen, die toestroomden uit Nederland. Die nieuwkomers uit Nederland kregen altijd voorrang boven de in Indie geborenen. Er waren voor de Indo's nauwelijks mogelijkheden tot ontwikkeling. Vooral door de voorwaarden van 3 nieuwe wetten (Radicaal, 1825, 1836, 1849, oa verplichte studie in Delft tot "Indisch ambtenaar" in Delft die zij nooit zouden kunnen betalen) werd het voor Indo-Europeanen bijna onmogelijk om Indisch ambtenaar te worden. De lotgevallen van de verschillende families liep overigens zeer uiteen. Sommige takken verarmden. Anderen - de minderheid - had het geluk om toch een hoog ambt te bereiken. In 1848 was er een eerste openlijk protest tegen de scherpere eisen voor het ambtenaarschap: de Mei-beweging. Boodschap: betere onderwijsvoorzieningen en een grotere persvrijheid. Intussen was er steeds minder werk voor de lagere Indo-Europese ambtenaren, oa. door de vele nieuwkomers uit Nederland.

Beroepen van de (aangetrouwde) familie van Lingen: 2e commies algemene rekenkamer : Hermanus Johannes Joseph Lodewijk van Lingen ----- ambtenaar : Joseph van Lingen, geb. 1821 ----- eigenaar rijstpellerij : Frans van Lingen, geb. 1847 ----- commies dep. marine te Weltevreden : Henri Jozef Michel, geb.1854 ----- ambtenaar zoutregie : Frits Felix van Lingen, geb. 1857 ----- hoofdcommies tinwinning : Paul Victor Eduard Warnars, geb. 1876 ----- klerk bij de alg. secretarie : Willem Abraham van Lingen, geb. 1861 ----- accoucheuse : Jeanette Pauline van Lingen, geb. 1884 ----- klerk landraad Modjokerto : Junius Hermanus (Djoen), geb. 1885/6----- sergeant-majoor : Victor Ferdinand van Lingen, geb. 1886 ----- luitenant-kolonel KNIL : Otto van Lingen sr., geb. 1890.
Meer onderwijs
De invoering in 1864 van het klein-ambtenaarsexamen had enig succes. Dit diploma gaf aan alle in Indie geboren Europeanen kans op een plaats in het gouvernementsapparaat. Zo onstond een klasse van klein-ambtenaren. Enerzijds was het een begeerd diploma (salaris, zekerheden als een pensioen), anderzijds was het diploma onvoldoende om te kunnen doorstromen naar hogere functies. Zo ontstond een kloof tussen de Indo-Europese kleine ambtenaren enerzijds en de totoks in de felbegeerde hogere functies anderzijds. Intussen slaagden steeds meer Inlanders erin om een betrekking te vinden in de koloniale samenleving.

1864 Afschaffing Radicaal

1864 Oprichting van een Bestuursopleiding aan het Gymnasium in Batavia. Op ruime schaal maakten de Indo-Europeanen gebruik van deze nieuwe opleiding.De formele achterstelling, die in de jaren dertig en vijftig op hun hoogtepunt was, was hiermee grotendeels komen te vervallen. Het opleidingspeil van de in Indie geboren mannen steeg dus, maar de betrekkingen bij het gouvernement bleven daarbij achter, dus weinig werk. Daar kwam nog bij dat de regering Indonesiers in dienst ging nemen op posten die voorheen exclusief door Europeanen waren bezet. Dat zette weer kwaad bloed bij de Indo-Europeanen: dat de inlanders nu onderwijs kregen, de Nederlandse taal leerden en daardoor concurrenten werden voor de betere baantjes en er voor de Indo's niets werd gedaan. Werkeloosheid, armoede, verpaupering vormden aan het eind van de 19e eeuw een groot probleem. De Indo's roerden zich met ingezonden brieven in de kranten. Zij stonden erop "Europeaan"te zijn en zo kwam het begrip Indo-Europeaan in zwang, met de nadruk op Indo. Tegelijkertijd werden de Indo's zich steeds scherper bewust van de kloof die hen scheidde van de totoks, die de goede baantjes kregen. Voeg daarbij de spanning / haat die er traditioneel al was in de verhouding Indische Nederlanders versus inheemsen. Deze haat kwam voort uit de vrees van de tussengroep die zich naar de bovenlaag richt. Dan wordt duidelijk dat veel Indo's zich nu vertrapt voelden door de volbloed Nederlanders en verdrongen door de inlanders.

indo-europeesJunius Hermanus (Djoen) van Lingen, geb. 1885, klerk bij de Landraad van Modjokerto.
Ook Javanen werden uitgebuit. Zij moesten een vijfde van hun land bebouwen t.b.v. de Nederlandse schatkist (cultuurstelsel van 1830-1870). De winsten die naar Nederland vloeiden waren enorm.

De Java Oorlog (1825-1830) was de laatste grootschalige opstand tegen het Nederlands gezag op Java, na beëindiging van de Atjeh Oorlog (1873-1903) viel ook heel Sumatra onder Nederlands bestuur.

Ethische politiek
Langzamerhand (eind 19e eeuw) kwam zowel in Indie als ook in Nederland verzet tegen het Cultuurstelsel. Men vond dat er geld moest terugvloeien naar Indie voor de ontwikkeling van het volk (de Inlanders). En men vond dat het welzijn van het volk (de Inlanders) boven de Nederlandse belangen moest gaan. Deze Ethische motieven ontstonden overigens in een tijd dat het economisch uitstekend ging, c. 1870-1930, Indie werd opgengesteld voor de grote cultures (rubber, tabak, koffie) en de Nederlanders konden veel arbeidskrachten konden gebruiken, zowel in het overheidsapparaat als in het particuliere bedrijfsleven.

Er ontstonden diverse initiatieven van Indo-Europeanen om zich te verenigen en sterk te maken. Het was kiezen tussen Indonesisch nationalisme (Indie voor de Indiers, dwz. verbetering voor "alle hiergeborenen"oa. E. Douwes Dekker en zijn Indische partij, 1910) en Nederlands kolonialisme (verbetering voor Indo-Europeanen, o.a Karel Zaalberg. IEV).

Desondanks verslechterde de economische positie van de Indo-Europeanen in de 30er jaren aanzienlijk. Omdat er veel concurrentie op de arbeidsmarkt was van de inlanders, die bovendien vaak genoegen namen met minder loon.

In de laatste halve eeuw van Indie wordt de Indische gemeenschap vaak als een tussengroep voorgesteld, ingeklemd tussen het inheemse en het totokse domein. In werkelijkheid waren er zoveel onderlinge verschillen en tegenstellingen in welstand en status dat er moeilijk van één groep te spreken is.

Huize Sirmione Otto van Lingen sr. volgde zijn opleiding van 1912-1914 bij het instructiebataljon in Kampen en leerde daar zijn vrouw kennen. Zij trouwden in 1915. Hij werd officier bij het KNIL. Deze militairen leefden met hun gezinnen in beschutte, redelijk welvarende omstandigheden. Dit is Huize Sirmione, Randweg 6 te Tjoembeloewit (buitenwijk Bandoeng). "Deze villa hebben mijn ouders -Otto sr en Bep van Lingen - in c. 1941, net voor de oorlog laten bouwen, om er na de pensionering in te trekken. Ze hadden dus besloten in Indie te blijven. De verhuizing geschiedde door mannen (Europeanen) die nog niet achter het prikkeldraad zaten, maar werkeloos waren. Ik zie ze nog de grobak (=soort laadkar) waarop onze boedel was gehesen, trekken".(notitie Emmy van Lingen).

auto met kinderen Bep van Lingen-Breunese met 4 kinderen Hetty, Emmy, Otto en Wally, c. 1925---

bloemenhandel Daisy Bloemenhandel Daisy Bragaweg 69 in Bandoeng van Em en Net van Lingen, c. 1940

Hetty van Lingen en Otto van Lingen srHetty van Lingen en Otto van Lingen sr. in 1939 tijdens een verlof in Italie.